|
Zaden die buiten worden gezaaid nemen er de tijd voor om te ontkiemen, maar de binnen gezaaide soorten kunnen soms al binnen een week ontluiken. Zodra je zaailingen ziet verschijnen moet je de folie verwijderen om de zaailingen wat meer lucht en ventilatie te geven. In dit stadium kun je je plantjes een wat koeler plekje geven. Licht blijft essentieel en is nu eigenlijk nog belangrijker. Veel licht zorgt voor stevige plantjes, te weinig maakt ze ijl en zwak. Weer geldt dat volle zon niet goed is. Laat de plantjes voorlopig nog maar even groeien, want ze zijn nu nog veel te zwak om te verspenen. Als je nu al last hebt van overbevolking dan kun je voorzichtig met een pincet gaan uitdunnen.
Laat je zaailingen niet uitdrogen, maar zorg er tevens voor dat ze nooit te nat worden. Zo houd je ziektes op een afstand. Dat doe je ook door te zorgen voor ventilatie en door de zaailingen alvast wat ruimte te geven. Dat betekent niet dat je zaailingen voor een open raam moet zetten, want kou en tocht vinden ze niet zo leuk. Ik verspeen zelf pas als ik al een beetje stevige plantjes heb en tot die tijd dun ik alleen maar uit (indien nodig). Sommige plantjes houden niet zo van verplanten. Papaver bijvoorbeeld vormt een penwortel, waardoor verplanten niet zo op prijs wordt gesteld. Dus kun je papaver maar beter ter plekke zaaien. Daar worden ze ook steviger van. Ricinus zaai ik ook liever per zaadje in één bakje. Als ik die dan moet verhuizen naar een grotere pot dan hoef ik tenminste geen wortelgestellen uit elkaar te trekken.
Onder stevige plantjes versta ik zaailingen die je al heel goed kunt hanteren zonder dat ze direkt beschadigen. Dat resulteert uiteindelijk in minder uitval. Meestal is dat als ze hun tweede paar blaadjes hebben gevormd, of soms nog later. Natuurlijk is nog steeds enige voorzichtigheid geboden, want teer zijn ze dan nog wel. Bereidt alvast een potje voor. Meestal gebruik ik voor het verpotten ook gewoon zaai- en stekgrond of zelfverarmde potgrond. Met een potlood of een bamboestokje prik je alvast een gat in de licht aangedrukte aard. Hou de zaailingen bij hun blaadjes vast en niet bij hun steeltje, want die groeit niet meer aan als ze breken. Plant de zaailingen net iets dieper dan ze stonden. Dat resulteert in stevigere plantjes.
Ik zit met verspenen altijd met een potjestekort en heb daar nu iets op gevonden wat mij in ieder geval goed helpt. Ik gebruik daarvoor koffiebekertjes (ja, diezelfde die me ook bij het zaden oogsten en drogen zo van pas komen). Daar prik ik een gat onderin. Een beetje een flinke, want anders blijft het allemaal te nat. En dan kan ik de naam direkt op het potje zetten. Voor die potjes betaal je bijna niks en ze zijn heel schoon. Ik doe bij die potjes ook geen moeite om ze te recyclen. Volgens mij is het voor het milieu een kostbaardere zaak wanneer ik ze ga schoonmaken met water dan wanneer ik ze gewoon weggooi en het jaar erop nieuwe koop. Bovendien geef ik erg veel plantjes weg en dan hoef ik niet meer met pijn in mijn hart mijn fijne 9x9 vierkante potjes te laten gaan. Ideaal, dus!
Ik laat de verspeende plantjes meestal even een poosje bijkomen en begin dan met toppen. Dit is niks anders dan het bovenste paar blaadjes met stengeltje eraf halen. Dat kan je doen door de deze af te knijpen tussen wijsvinger en je duimnagel. Met een schaartje gaat natuurlijk helemaal prima. Je stimuleert zo de planten om in het wortelgestel te investeren in plaats van linea recta de lucht in. Bovendien zorgt het ervoor dat de plant al bij de basis zal gaan vertakken waardoor je gelijk al stevigere planten krijgt.
Halfwinterharde vaste planten of éénjarigen die je binnen hebt gezaaid in het vroege voorjaar moeten 'afharden' voordat je ze buiten kunt uitplanten. IJsheiligen hoeft nog niet persé gepasseerd te zijn, als het overdag maar warmer is dan zo'n graad of 14. Laat de plantjes langzaam wennen aan de wat koudere omstandigheden, maar vooral aan de wind en de grotere lichthoeveelheden. De felle zon kunnen de plantjes nog niet aan, dus bescherm ze daartegen. Houdt het de eerste dag bij een uurtje of twee en bouw het langzaam op. Na ongeveer 10 dagen zijn de plantjes gewend aan de koelere omstandigheden en kunnen ze buiten blijven mits de nachttemperatuur het toelaat. Als je niet zeker weet dat het echt niet meer gaat vriezen kun je ze beter nog even in een koude bak plaatsen om ze te kunnen beschermen mocht het toch nodig zijn.
Vaste planten bloeien meestal nog niet in het eerste seizoen. Dat komt het volgende seizoen pas op gang. Maar éénjarigen kunnen je verbazen met hun groeikracht. Het tijdstip dat ik mijn vaste planten aan de volle grond toevertrouw is sterk afhankelijk van de stevigheid van de plant. Sommige plantjes zijn nu eenmaal wat eerder uit de kluiten gewassen dan anderen. Ook let ik erop of slakken (waar ik veel mee te maken heb) de plant erg lekker vinden. Als ik het allemaal nog niet vertrouw kies ik liever het zeker voor het onzeker en laat ik deze plantjes rustig nog een winter in de koude bak om die het seizoen erop pas uit te planten. Het is een kwestie van afgaan op je gevoel. Als je er niet zeker van bent dan kun je bijvoorbeeld de helft van je plantjes uitplanten en de andere helft bewaren voor het geval ze wegvallen in je tuin. Als je over een grote tuin beschikt dan kun je ook een (verhoogd) plantvak gebruiken om je planten wat gecontroleerder uit te planten, maar toch in de volle grond. Dan hoeven ze niet te concurreren met andere planten en dat scheelt al erg veel.
Veel succes!
Verder naar Links
|