Zaaien

Wijzig lettergrootte
 

Je hebt zaden geruild, of gekocht via professionele zaadleveranciers en nu wil je gaan zaaien. Nu moet ik er weer echt met klem bij vertellen dat ik een hobbykweker ben. Ik interpreteer soms bepaalde tips om ze naar mijn eigen methodes te voegen. Mocht je dus bepaalde hiaten in mijn kennis ontdekken, aarzel dan niet, en mail me je verbeterpunten. In ieder geval werkt mijn methode voor mij. Ik ga niet voor het maximale aantal zaden dat kiemt, want zoveel planten kan ik niet eens kwijt in mijn tuin. Ook mag het bij mij lang duren. Dat vind ik niet erg. Ik ga dus niet in sneltreinvaart achter elkaar de juiste omstandigheden creëren voor de zaden om maar zo snel mogelijk resultaat te zien. Voor het grootste deel worden mijn methodes bepaald door mijn gevoel, steeds een beetje meer door ervaring, en verder door me er erg in te verdiepen. Hoe andere mensen zaaien en hoe de natuur het doet. Daar pik ik dan weer uit waar ik zelf wat mee kan. En verder ben ik ook wel eens heel erg eigenwijs. Dan haal ik me wat in mijn hoofd en dan doe ik dat tegen beter weten in. Soms met resultaat, soms zonder. Maar dan heb ik weer wat geleerd. Hier komen mijn tips:

Voordat je begint zijn een aantal dingen heel belangrijk. Je moet er als eerste achter zien te komen hoe de zaadsoort kiemt. Dit is belangrijk voor je planning. Zo kun je beter uitkienen wanneer je een zaadsoort zaait. Sommige soorten hebben bijvoorbeeld een koudeperiode nodig voor ze kiemen en die kun je dan het beste 's winters zaaien. Anderen willen graag ter plekke in de herfst worden uitgezaaid. Weer anderen hebben een constante warmte nodig en dat is midden in de winter met, ook in de huiskamer, een groot verschil tussen dag- en nachttemperatuur een beetje lastig te bewerkstelligen. Mocht je nu in het bezit zijn van een enorme koelkast en tevens een verwarmde kas dan hoef je je nergens iets van aan te trekken. Maar als je dat niet hebt, zoals ik, dan kun je beter gebruik maken van de natuurlijke seizoenen.

Er zijn een paar methodes om te achterhalen welke omstandigheden een zaadsoort nodig heeft om te kiemen. Je kunt op het internet zoeken wat de natuurlijke habitat van de plant is. Als je bijvoorbeeld zaad hebt van een alpine plant (één die in de bergen groeit). Dan is de kans erg groot dat het zaad eerste een koudeperiode nodig heeft voor ze gaat kiemen. In de natuur ligt er een hele winter een pak sneeuw over de zaden. De natuur heeft er zelf voor gezorgd dat ze niet kiemen voor de winter begint, want dan zouden de nog te jonge zaailingen te veel hinder van de koude ondervinden. Die koudeperiode zorgt ervoor dat de zaden uit hun kiemrust ontwaken en zodra de temperaturen gaan stijgen zullen deze zaden ontkiemen. De zaden van planten uit een tropisch gebied zullen uiteraard geen koude periode nodig hebben. Die kiemen juist weer erg goed als ze warm en vochtig (nooit tè!) gehouden worden en dan het liefst onder een redelijk constante temperatuur. Niet te veel schommelingen tussen dag- en nachttemperatuur. Zo heeft de natuur vele trucjes om in een gezonde voortplanting te voorzien. Een beetje kennis van die trucs zorgt ervoor dat we kunnen proberen die omstandigheden na te bootsen met onze eigen zaaibakjes. Bij de ene soort luisteren die omstandigheden minder nauw dan bij anderen, maar een indicatie geeft het zeker.

Een andere methode om achter de zaaimethode voor een soort te komen is de omvangrijke databases te raadplegen van mensen die hun leven min of meer hebben gewijd aan het zaaien van planten en van al de zaden die ze gezaaid hebben nauwgezet hebben bijgehouden welke methode het beste werkte. Die gegevens hebben ze verwerkt en in een database gezet die via het net eenvoudig te raadplegen is. Tom Clothier is zo iemand en de germination-database van de Ontario Rock Garden Society is net zo omvangrijk. Die is mede gevuld door haar leden.

Als je bij beide methodes niet genoeg zekerheid krijgt over de zaden die je zelf in bezit hebt en wilt zaaien, of als je gewoonweg zin hebt in een leuk experiment dan kun je ook de meest logische methoden gaan proberen. Vaak heb je meer zaden in je bezit dan je eigenlijk nodig hebt en dan maak je gewoon twee zaadbakjes (of nog meer) om verschillende manieren te beproeven. Om te kijken waar je de beste resultaten mee behaalt. Wat ik ook vaak probeer is om het zaaibakje eerst 6 weken binnen te plaatsen om te kijken of er wat gebeurt. Als dat niet succesvol blijkt dan mag het zaad het buiten proberen.

De grondsoort is ook belangrijk bij het zaaien. Ik gebruik meestal speciale zaai-/stekgrond, die bestaat uit relatief fijne grond (niet van die grote klonten als bij gewone potgrond) wat fijn is bij het zaaien. Bovendien is de grond verarmd met fijn zand wat ervoor zorgt dat zaailingen nooit te snel de grond uit schieten. Ze zullen meer investeren in hun wortelstelsel en steviger worden dan wanneer de grond teveel voedsel bevat. Ook meng ik wel eens zelf potgrond (2 delen) met fijn zand (1 deel). Bij beide meng ik vaak wat grind, vermiculiet of piepschuimballetjes om de doorlaatbaarheid van de grond te verbeteren. Anders kan het soms te lang te nat blijven in de potjes wat voor rot kan zorgen. Gebruik altijd schone grond. Herbruik van zand werkt ziektes in de hand. Hetzelfde geldt voor de potjes die je gebruikt. Maak ze eerst goed schoon voor je ze gebruikt.

Om te zaaien gebruik ik zelf het liefst containers van 9x9 cm. Maar daarvan heb ik er altijd te weinig van voorhanden. Dus ga ik na een tijdje over op andere maten. Vierkante zaadbakjes zijn wel heel efficiënt, omdat je optimaal gebruik maakt van vensterbanken, zaaitafels in een eventuele kas of in de koude bak. Maar goed, nood breekt wet! Vul de zaaibakjes met het zandmengsel en druk ze aan (ik gebruik meestal de onderkant van een ander potje om het zand aan te drukken) begieten met lauw water (een warm bedje voor de zaden). Nog even een huis-tuin-en-keuken-tip. Ik vind de plastic bakken waar je in de supermarkt je druiven of cherry tomaatjes in koopt erg handig dienst doen als minikasjes. Aan alle kanten zitten gaten die ervoor zorgen dat er wat ventilatie plaats kan vinden en dat tevens het teveel aan water weg kan lopen. Bovendien zorgt het transparante deksel voor net iets warmere en vochtigere omstandigheden. Heel praktisch!

Sommige zaden moet je voor het zaaien een extra behandeling geven om ze makkelijker te laten kiemen. Zo kun je denken aan voorweken, stratificeren en scarificeren. Voorweken doe je bij zaden die een chemische remstof in hun zaadhuid hebben zitten. Dit is het geval bij zaden met een wat dikkere huid als Lathyrus en Acanthus. Als je de zaden weekt lossen die op en zal het zaad vocht opnemen. Wanneer je direkt in de grond zaait zal dit proces ook plaatsvinden, alleen duurt het dan langer voordat de chemische stoffen vanzelf zijn opgelost. Voorweken doen we door de zaden maximaal 3 dagen in handwarm water te weken. Het water af en toe verversen en zaaien wanneer de zaden licht beginnen op te zwellen.

Het proces wat koudekiemers nodig hebben om uit kiemrust te ontwaken heet 'stratificeren'. Ik kies er altijd voor om die koudeperiode door de natuur te laten verzorgen door de zaaibakjes in weer en wind buiten te laten staan. Niet in een koude bak, maar gewoon open en bloot, eventueel afgedekt met gaas tegen hongerige vogels of muizen (bij mij staan ze op een tafeltje, dus van de laatste heb ik minder last). Sneeuw en hagel mag er rustig op vallen. Ze mogen bevriezen en alleen als ze, door een erg droge periode, tijdelijk een beetje weinig water krijgen dan help ik ze een handje door ze wat water te geven (ook in de winter) maar verder zijn ze helemaal aan hun lot overgelaten. Het werkt bij mij het beste. Maar als je wilt kun je ook in de koelkast stratificeren. Door de zaden in wat vochtig zilverzand of vermiculiet in een plastic zakje of bakje te bewaren in de koelkast. Nooit in de vriezer! Niet vergeten om het zaad te labelen en erbij te vermelden op welke datum je het zaad in de koelkast hebt geplaatst. Je zult verteld staan hoe snel je die datum vergeet. Vervolgens laat je het zaad zolang in de koelkast als het zaad vereist om het vervolgens te zaaien zoals je gewend bent.

Scarificeren betekent de zaden 'verminken' om een snellere kiem te bevorderen. Dit doe je bij zaden die van nature erg hard zijn, zoals Ipomoea of Ricinus. Je kunt ze voorzichtig aanvijlen (uitkijken dat je het kiemoog niet beschadigt!) of een fijn schuurpapiertje nemen waar je de zaden zachtjes overheen beweegt met lichte druk (of bij nog kleiner zaden, tussen twee velletjes). De harde laag zal dan een klein beetje verzwakt zijn. Het is de bedoeling dat de zaden net een beetje grijzer zijn geworden, maar niet helemaal opengekraakt. Dan beschadig je namelijk ook de kiem binnenin. Eenmaal behandelde zaden wel direkt zaaien en niet meer 'droog' bewaren, want dan gaat de kiemkracht rap achteruit. Er zijn nog meer methoden om te scarificeren die zuur of heel heet water gebruiken, maar aangezien ik die nog niet beproeft heb ga ik daar (nog) niet op in.

Nu gaan we eindelijk verder met het eigenlijke zaaien. Er zijn uiteraard uitzonderingen, maar als regel geldt dat je de zaden net zo diep plant als de zaden groot zijn. Hele fijne zaden hoef je helemaal niet te bedekken en voor Lathyrus maak je echt een holletje. Zaai liever te dun dan te veel in één keer, want je moet dan al heel gauw gaan uitdunnen, wat zonde is, en bovendien de andere zaailingen een slechte start geeft.

Voorzie elk zaaibakje van een duidelijk label waarop je (liefst) de Latijnse naam noteert. Ik zet er ook altijd de zaaidatum bij. Dat is vooral makkelijk voor de langzame kiemers (met name die die er meer dan één seizoen over doen om te kiemen). Je kunt je gegevens ook nog noteren in een zaaischrift om wat nauwkeuriger bij te houden wanneer welke zaden kiemen. Voor labeltjes kun je van alles gebruiken. Ik neem meestal plastic wat ik van ijsdozen knip. Daarop schrijf ik met watervaste stift, maar eigenlijk is dat voor de buitenkiemers niet afdoende. Uiteindelijk vervaagt dat toch weer. Er zijn hele mooie labelmakers te koop en je kunt het, indien gewenst zelfs in koperen plaatjes ponsen. Prachtig allemaal, maar mij te duur. Voorlopig is het even behelpen.

Nu kun je de zaden wegzetten onder de omstandigheden die ze nodig hebben. Zet ze wel licht (op de donkerkiemers na, die je het beste kunt afdekken met een stukje krant of donker plastic), maar niet in de volle zon, zodat ze niet te snel uitdrogen. Houdt de zaden vochtig door te sproeien met een plantenspuit. Een gieter zorgt voor een ongecontroleerde straal waardoor je zaden en zand alle kanten op drijven. Zaden die je binnen zaait kun je extra afdekken met een laagje plasticfolie met een elastiekje om dit op z'n plek te houden. Ook de zaden buiten nooit laten uitdrogen maar ook nooit te vochtig houden.

En nu wachten tot het kiemt!

 

Verder naar Zaailingen verzorgen

RSS-feed Tuindagboek.nl Statistieken site by ezoffice © 2004-2010